Fredericus Curtenius [2]

(Uit de Historie #9)

In het ‘Malenboek van de Garderense Maalschap’ lezen we:
Op huijden den 22 Octob 1623 zijn, op voergaende kerckespraecke, ten huijse van Philips Aertse weert tot Garder, erschenen de gemeene malen van Garderveld ende hebben naer voerlesinghe van de voerige overgifften dselve gy alle hiren puncten ende delen geconfermeert ende geapprobeert (= bekrachtigd en goedgekeurd), ende zyn voerts overcoemen ende overgegeven als volght (= zijn overeengekomen en besloten):

In den eersten is by meeste stemmen Fredericus Curtenius, predicant tot Gaederen toegestaen, dat hy idt heetveld, by hem begost aen te graven sal mogen in vougen, als begost aen graven, onder conditie dat hij van den houck van syn olden camp noortoestwaerts aff naer Barnefelt, op den dwars gravinge, soeventhyen treden te ruge sal eynden, waer voer hy tot een recognitie t’appliciren tot proffyt van de maelschap, eens voer al sal gheven ses guldens die hem te goede gegeven worden voer den dienst van den ontfanck van de imsteden,

Ten tweeden… dat van nu voertaen nyemant eenich malenvelt sal mogen aengraven, dan by consent ende wille van de gemene malen op eenen malendach Doch alsoe byde onderteyckeninge van desen dit gemel vant aengraven in vurderen deliberatie is geleyt, is goet gevonden tselve te laten in state gelick stelve alsoe is.

Ten derden is overgegeven dat de Immegelden die byden predicant ontfangen den diensvolgens neffens den veltgreven gelastet wordt de publicatie in zijne behoirlicke plaetse te sullen laeten geschyden‘.

Op deze vergadering krijgt ds. Curtenius dus toestemming om verder te gaan met het ontginnen van het stuk heide, waarmee hij al begonnen is. Wel onder bepaalde condities. Hij zal daarvoor zes gulden aan de maalschap geven. Tevens besluit men dat de predikant de immegelden (van de bijen) zal beheren en dat hij zorg zal dragen voor publikatie van berichten. De berichten van de maalschap werden bij kerkespraak in en later buiten de kerk afgekondigd. Vaak van de kansel, ook wel van een verhoging, dicht bij de ingang van de kerk. Velen kwamen alleen daarvoor op zondagmorgen naar het dorp.

Dan nu naar de acta van de classis Neder-Veluwe. Voor het eerst lezen we over ds. Curtenius op 21/22 Aprilis 1607 tot Nykerck, artikel 6:
Is oock tot membrum Classis abgenomen: D.Fredericus Curtenius, naedien de Classis verstaen hadde uth den Deputatis Classis het goede beleyt daer door D. Fredericus tot Gardern ghepromoveert is worden. Doch dewile hy hem alleen een jaer verbonden heft, sal met syne confirmatie supersedeert worden tot naeder ghelegenheyt‘.

Omdat hij zich voorlopig voor één jaar aan Garderen heeft verbonden, stelt men zijn bevestiging uit. In 1608 blijkt dat Curtenius zich opnieuw voor een jaar aan Garderen verbindt. Hij heeft er namelijk niet veel vertrouwen in dat men hem voldoende zekerheid voor zijn onderhoud wil geven, anders zou hij zich wel voor langere tijd willen verbinden.

In mei 1609 besluit men dat het nu wel tijd wordt om tot bevestiging van ds. Curtenius over te gaan. Ds. Woltherum de Brun zal die verzorgen, nadat de gedeputeerden van de classis hem geëxamineerd hebben en wettelijke getuigenis gegeven zullen hebben. ‘Ende die predicatie op de naestkomende Classis sall doen Fredericus Curtenius‘.
Op dezelfde vergadering besluit men ‘opdat alle dingen met desto betere ordere in die kercken tot Bernefeldt souden moegen thoegaen, dat dieselve met ouderlingen ende Diaconen soude versien worden‘. Dat blijkt in veel plaatsen in de classis nog lang niet te gebeuren, voor Garderen zou dat tot 1664 duren.

H.E.v.d.V.