Jacobus Medenbach [2]

(Uit de Historie #7)

Ds. Medenbach schijnt wel meer wat voorbarig geweest te zijn, zodat hij in moeilijkheden raakt. Niet alleen bij de overplaatsing, met hindernissen, van Garderen naar Ermelo, maar in 1612 doen zich opnieuw problemen voor. Waarschijnlijk als gevolg van de oorlogstijd zijn veel pastoriën in niet al te goede staat. In de tijd van het Twaalfjarig Bestand kan daar iets aan gedaan worden. Reeds had de Gelderse Synode van 1610 de ‘Magistraten en Amptluijden opgeroepen om Sorge te dragen dat de Wheme ofte Pastorijhuijsen werden opgetimmert ende gerepareert mogen worden‘.

In Ermelo is dat blijkbaar nog niet gebeurd. Daarom is ds. Medenbach op Staverden gaan wonen ‘twelck grote ergerniss, opspraeck ende andere inconvenienten veroorsaeckt‘. Besloten wordt dat de ‘Consistorij offte Kerkenraet tot Harderwick eerster daegs uijt haer midden sullen aen den Schout tot Ermell eenige afveerdigen, om denselvigen te vermaenen, opdat Die Wheem tot Ermel, gerepariert ende habitabel (= bewoonbaar) gemackt werd, ende Jacobus voorn(oemd), so haest sulcks geschiedt is, hem bij sijn kerck ende wooninge sal wederom vervoegen‘.

De vergadering in 1618 besluit de predikanten van Ermelo, Doornspijk en Oldebroek te vermanen vanwege hun wangedrag. Tijdens de vorige buitengewone vergadering (11 en 12 februari 1618) overnachtten zij in een herberg te Harderwijk.  Die avond hebben zij ‘door liberaelhyet van teeren sekere misusen ende ergernissen begaen, derwelker geruchten niet alleen aenstotelyck waren binnen de stadt van Harderwyck, maer oock in ander gewesten‘, (= door mildheid, dus te veel, van verteren hebben ze zich misdragen). Hoofd voor hoofd wordt ieder van de toen aanwezigen hierover ondervraagd.
Met Medenbach, die niet aanwezig is, wordt hier later over gesproken. Hij schrijft de ‘Heeren Gedeputeerden’ een brief, waarin hij zijn excuus aanbiedt. In het vervolg zal hij ook niet zelf de kosten betalen van de verteringen, maar dit overlaten aan het presidium van de classis.

De acta van de classis gehouden op 7, 8 en 9 mei 1639 binnen Bernefeldt vermelden in artikel 16: ‘Hebben de gecommitterde tot Armel van die nochgoede diensten en behorelicke stichtinge D. Jacobi Medenbachij predikant van Armel den E. Classi haer rapport gedaen‘. Men schijnt dus heel tevreden te zijn. In 1653 gaat hij met emeritaat wegens ouderdom en zwakte. Zijn zoon, Benjamin, is eerst zijn helper, maar later predikant te Ermelo.

In de “Boekzaal” van 1729 schrijft een kleinzoon dat: ‘Moeder Maria Elisabeth van Gymnich, den 17 Juny 1657, in den Heere gerust, en vader Jacobus van Medenbach 16 Augustus daaraen volgende het sterflyke had afgelegd‘. Zes leden uit de familie Medenbach, Medenbachius, Medenbagh of Van Medenbach hebben de gemeente Ermelo gediend van 1604 tot 1757.

In “De Boekzaal” van december 1754 lezen we het volgende:
Ermello. D. Alexander van Medenbach heeft op den 8 dezer Maand, voor een extraordinair aantal toehoorders, in dankbare gedagtenis gepredikt over des Heren Weldadige Voorzienigheid, met zyn Eerwaarde Familie en Hem aan deze plaats van den 4 December 1604 (op welken dag zyn eerwaarde Overgrootvader de eerste gereformeerde Predikant by de Gemeente dezer plaats is bevestigt) tot heden toe gehouden: zynde zyn Eerwaarde de zesde in de familie, die met zyn voorzaten, zyn Overgrootvader Jacobus, Grootvader Benjamin, Vader Jacobus, zyne 2 Broeders Benjamin thans in leven, predikant te Winken en Jacobus Philippus van Medenbach, in den Here ontslapen, met en na malkanderen, zonder ymand anders, enen tijd van 150 jaaren by deze Gemeente den Heere in ’t Evangelium hebben gedient: over Openb. 14:6,7‘.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat in Ermelo, dichtbij de Oude Kerk, een Dominee Van Medenbachlaan te vinden is.

H.E.v.V.