Johannes à Mandeville [3]

(Uit de Historie #16)

Dominee Mandeville gaat naar Garderen. De acta van 26 april te Elspeet 1630 vertellen ons:
Ds. Joannes Mandeville V.D.M. tot Cootwijck, is tot die van de kerke van Garderen beroepen ende ds. Rutgerus ab Eijbergen h.h. Theol. Cand, wederom tot Cootwijck‘. Dit na overleg met de Inspectoren van de classis. Omdat op de genoemde plaatsen, Garderen en Kootwijk, geen kerkenraad is, zijn de Inspectoren van de Classis  belast om met het beroep van beide plaatsen op de voornoemde personen een begin te maken. ‘Te weten de beroepinge van Garderen op Dominee Joannis Mandeville en de beroepinge van Cootwijck op Dominee Rutgerus ab Eijbergen. Dit opdat de predikantsplaats van Garderen, ‘die nu sehr lange gevaceert heeft, ende oick Coitwijck voorts worden versien‘. We zien dat in de zomer van 1630, Garderen weer een predikant heeft: ds. Mandeville.

Of men zo blij geweest is met deze predikant mag men met enig recht betwijfelen. De predikanten die de gemeenten namens de classis bezocht hebben brengen van hun ervaringen verslag uit in de vergadering van 24-26 April 1632 te Harderwijk:
De Inspectoren van de classis doen verslag van hun visitatie aan de gemeenten in de classis. Zij verklaren eerst dat zij, door Gods genade ‘meest alle kerkcen wel en in goede ordre‘ gevonden hebben. Vervolgens delen zij mee dat dit van dominee Mandeville te Garderen niet gezegd kan worden. Na zorgvuldig onderzoek hebben ze bevonden dat het laakbare gerucht juist blijkt te zijn. Tot grote ergernis van zijn toehoorders en tot droefheid van de classis, ja tot ‘disreputatie‘ van alle predikanten is hij op ‘sekeren Sondagh op den predickstoel gecomen bijgecomen sijnde door onmatigh drincken‘.
De vergadering verklaart hierover van harte haar leedwezen en misnoegen. Nadat ds. Mandeville deze zijn grote fout bekend heeft, bestraft de classis hem ernstig. Deze keer wordt hem geen zwaardere censuur opgelegd en men zal hem verder niet onder tucht zetten, gelijk hij wel verdiend heeft. Men hoopt dat hij in de toekomst voorzichtiger en christelijker zal leven. Ds. Mandeville heeft dit ook beloofd. Men zal het bij deze bestraffing laten. Wel op voorwaarde echter dat indien hij zich op deze of een ander manier onbehoorlijk mocht gedragen, en er klachten of geruchten ter ore van de ‘Deputatis Classis’ mochten komen (en deze waar zijn bevonden), dat de classis opdracht en volmacht zal hebben om hem van zijn dienst te schorsen. Eveneens zal deze schorsing dan gelden voor wat betreft zijn tractement.

Het is nog al wat: een dominee die dronken op de preekstoel staat. Dat dit tot klachten en ergernissen aanleiding heeft gegeven, is te begrijpen. De classis hoopt dat na deze bestraffing de predikant zijn leven zal beteren.

H.E.v.d.V.