Timanus Alberti [2]

(Uit de historie #4)

De vorige keer zagen we dat Alberti aan het Hof werd voorgesteld. Op de vergadering van 3 september 1594 die te Elburg gehouden wordt, blijkt dat. Alberti is inmiddels als ‘kerckendienar‘ overgeplaatst naar Garderen. Wel wordt nog eens in de notulen aangetekend dat hij dienst mag doen met dien verstande dat ‘he flitich studiere‘. Men draagt hem op om de volgende vergadering een proefpreek te houden over Johannes 10:1. Daarna zal men hem examineren.

De volgende vergadering is op 20 Mai 1595 binnen Hattem. Hier houdt Alberti zijn proefpreek. ‘ ‘Hebben de broederen aengehoort de propositie (= proefpreek) ende hem broederlick aengeseit het gunt zy daer in achten geobserveert noedich te zijn’. Daarna zijn ze begonnen met het examen. Met zijn antwoorden op de vragen die hem werden gesteld was men tamelijk tevreden. Daarom is besloten om verder te gaan om zijn bevestiging te regelen.

In dezelfde vergadering beklaagt Alberti zich dat hij wel het dorp Cootwijk bedient, maar dat de inkomsten gering zijn. Kootwijk is sinds de Reformatie op de Veluwe een onderdeel van de kerkelijke gemeente Garderen. Hij vraagt de classis om aan het Hof te verzoeken dat de goederen van de pastorie tot zijn onderhoud mogen worden gebruikt. De broeders van de classis stemmen hier graag mee in vooral omdat de inkomsten onvoldoende zijn om een Kootwijkse predikant te voeden.

Als de classis op 23 september 1595 te Nijkerk vergadert, worden na het gebed verkiezingen gehouden. Wat we ons nu niet in kunnen denken: Alberti, nog steeds niet bevestigd als predikant maar wel de kerk van Garderen dienend, wordt door de broederen gekozen als scriba.  Zelfs wordt aan Alberti voorgedragen om eens in de 14 dagen te Putten te gaan preken. In Putten is nog altijd ‘de papistiche pape’ Willem de Weese die de omliggende kerken grote schade aandoet.

Maar dan lezen we dat de kerk van Harderwijk namens de classis aan de Schout van Barneveld geschreven heeft of hij een dag wilde bepalen waarop, door een dienaar van Harderwijk, Alberti bevestigd kan worden. Omdat de Schout die afspraak niet gemaakt heeft, zal de predikant van Nijkerk hem daar mondeling of schriftelijk nog eens aan herinneren.

Toch heeft dat nog niet de gewenste uitwerking, want de volgende vergadering op 2 juni 1596 besluit de classis om nog een keer de Schout van Barneveld aan te schrijven. Men zal hem vragen om op een zondag naar Garderen en Elspeet te komen. De predikant uit Harderwijk zal dan ook komen om in Garderen Alberti en in Elspeet Wolterus de Brun tot predikant te bevestigen.

Reeds op de vorige vergadering was besloten dat de predikanten in gemeenten zonder kerkenraad eens per jaar het Avondmaal vieren in de steden. De dienaars van Elspeet, Garderen, Voorthuizen en Ermelo hebben dit besluit echter niet opgevolgd.
Besloten is [verder] dat de dienaars op het platteland op de zondag namiddag de kinderleer of de leer van de catechismus  en de vijf hoofdartikelen van het Christelijk geloof zullen invoeren.

H.E.v.d.V.